vrijdag 30 oktober 2009

Ik heb je afgekort tot een letter. Eentje maar. En zelfs dat is al te veel. Liever zou ik willen dat je geen naam had. Dan zou ik je geen enkele gedachte hoeven gunnen en jouw irritante smoelwerk niet voor me hoeven zien.

Eigenlijk is het wel humor dat ik je uitspreek als ‘wee’. Het woord alleen is al een waarschuwing. Alsof ik het van te voren zo bedacht had. Of alsof je ouders voor je geboorte al op de hoogte waren van de vreselijke ellende die jouw aanwezigheid met zich mee zou slepen.
Maak niets groter dan het is. Ook niemand. Veel hangt af van jouw reactie op je omgeving.

Kies je woorden kieskeurig en met voorzichtigheid. In elke seconde past slechts een letter.

zondag 25 oktober 2009

De Rommel Spreekt

‘t Groeit waar ‘t niet groeien mag en steekt zijn lelijke kop op wanneer er geen tijd is om ‘t weg te plukken. Weerbarstig en onberekenbaar fluit ’t met de wind mee en gebruikt haar vleugels om de luie wortels die ’t reeds heeft losgelaten op de aarde, elders te verspreiden.

Vol honger dwaalt ’t rond totdat ’t een nieuw slachtoffer heeft gevonden om zich aan te vergrijpen. Bovendien staat ’t niemand toe zijn dorst te lessen, ’t staat alleen in de weg als de zaligheid eenmaal uit de hemel komt druipen. Elke regendruppel en elke zonnestraal wacht ’t met akelige anticipatie af, voorgenietend van de vervulling die komen zal.

‘t Zou zich tenminste aan kunnen kondigen of zich van een vluchtige spijtgetuigenis kunnen ontdoen, maar ’t doet het niet. Nooit. ’t Wil niet lief zijn en doet zich dan ook niet mooier voor dan ‘t is. Rozen mogen doornen hebben, ’t is een en al prikkeldraad, met volle opzet en zonder poëzie.

En lacht men ’t toe, lacht ’t hen uit. Want zij die hun ogen openslaan en niet terugdeinzen als ze ’t aanschouwen, zijn onder de illusie van schoonheid. Nee, schoon kan de manier waarop de vele helse vertakkingen in de modder woelen niet genoemd worden, noch de wijze waarmee ’t de naïeve vlinders en de bijen lokt met valse beloftes van zoetigheid.
Om een vallende ster te zien heb je geen dure verrekijker nodig, alleen een heldere hemel en een plek zonder de aanwezigheid van licht. Maar als het zover is, hou je ogen dan goed open. Het is slechts een kortstondig moment van schoonheid. Een kwestie van seconden eigenlijk die opmerkelijk veel aandacht vereist en je ongeduld meerdere malen op de proef zal stellen. Maar voor zij die wachten zullen er zich uiteindelijk tientallen fonkelende kansen aandoen. Dus misschien dat het wachten de beloning extra bijzonder maakt.

vrijdag 16 oktober 2009

Sssh.
Even niks meer. Geen angst, geen vragen en geen lawaai. Slechts de stilte die je omringd. Als een warme deken die zachtjes tegen je wang kriebelt. Er is geen reden voor paniek want mijn armen zijn open voor jou. Kom maar en sluit je ogen. Luister naar de lucht die jouw longen verlaat. Langzaam. Je zult je wel weer lichter voelen, wacht maar.

Wacht maar in mijn warmte. Deze lach is alleen voor jou bedoelt. Voel hem langs je stromen, jou vullen met een verzadigde vrijheid. Een gloeiende prikkeling die zich uit je ooghoeken bevrijd, sluipt al naar de oppervlakte. In volledige overgave. Het is zo mooi als je los kunt laten.

Huil maar. Dat mag bij mij. Met elke traan zul je de schuld vereffenen. Totdat de zoute laag is afgebrokkeld en alleen het puurste stukje van jezelf overblijft. In mijn armen, veilig. Weet dat ik het met grote zorgvuldigheid in mijn handen zal vouwen – en bewaren. Als een trofee.

Wees trots op wat wij maken. Want de waarheid glimt met verblindende schoonheid. Concentreer je daar op. Op het goede, het schone. Op dat wat uitmaakt. Vergeet de rest. Vergeet de vragen. Weg met het lawaai. Dat hoort hier niet en zal ons niet kunnen storen. Alleen de liefde laten wij toe.

En al klopt de wanhoop aan zullen wij haar wegsturen. Terug naar de oorsprong van licht. Laat haar maar ronddolen in het duister. Wij weten wel beter, verdienen wel beter. Dus maak je geen zorgen. Wees niet ongerust. We zijn samen en ons heeft ze nog nooit aangekund.

woensdag 14 oktober 2009

SCHIJN


Je leek zo lief, maar ik kan jou niet mogen. Iets in mij houdt me tegen, alsof ik het ergens beter weet. Ik kan mezelf niet dwingen jou te mogen. Net zo min jij mij dwingen kan om mijn excuses aan te bieden. Aan jou. Ik zei nog zo dat ik nooit zou liegen, maar jij vroeg toch. Naar de bekende weg. En ik gaf eerlijk antwoord, zoals ik had beloofd. Maar jij was niet tevreden, nee, jij was boos. Zomaar? Zo leek het wel. Uit het niets en voor niets. Zat om nog langer gevangen te zijn in mijn ogen, die jou immers toch niet zagen. Niet zoals jij het verlangt had. Niet zoals jij het verlangt.

Maar het was geen probleem, had je gezegd. Met kalme stem. En juist die kalmte had me gekalmeerd. Ik was gerustgesteld, als wist ik eigenlijk wel dat het niet lang zou duren voordat het water tot hoog aan mijn enkels zou staan. Voordat het zand mijn beweging zou omsluiten, me op zou sluiten. Net als jouw woedende woorden. Woorden van akelige onoplettendheid.

Jij had niet geluisterd, alleen maar gehoord. Daarom had je waarschijnlijk staan knikken, met knikkende knieën. Maar die zag ik niet, je hield ze goed verborgen. Nog steeds. Daarom begrijp ik jou niet. Hoe kan het mijn fout zijn als jij deed alsof? Ik heb me immers nooit anders voorgedaan. Heb me niet verkleed, verstopt, veranderd om jou beter te bevallen. Om indruk te maken en jou wakker te houden. Nachten lang. Nee, dat was jij. De drammerige dromer.

Vol verwachting klopt jouw hart. Hebben, hebben, hebben. Maar ik ben niet van jou. Ik ben van niemand, niet eens van mezelf. Toch mis je mij op de raarste momenten en benader je me zoals een tijger zijn prooi besluipt, vanuit de schaduwen. Vanuit een zelfzuchtig gevoel van vriendelijkheid. Verliefdheid zonder elegantie.

Jij bent lief zodat ik lief ben tegen jou. Maar jij zal me niet raken met jouw onhandige handen, kwajongens lach en je haar dat je onsierlijk in het gezicht valt. Het danst niet als je praat, wist je dat? Het is zo lui als jouw schouders, grof maar ontvankelijk voor zelfmedelijden. Zonde vind ik het hoe praktisch jij bent. Vooral wat jouw tactieken aangaat.

Heeft iemand jou ooit vertelt dat romantiek aan te leren is of opgewekt kan worden? Vast niet en ik weet wel waarom. Het is een gevoelskwestie, geen kwestie van willen en doen. Het gebeurt gewoon. Of niet. Zoals bij ons. Want het is niet logisch, maar wel een logische reactie op elkaar; chemie. En juist de onvoorspelbaarheid maakt het zo ondragelijk spannend. Als het wederzijds is tenminste. Op jou heeft het eerder een onpassend effect, onfatsoenlijk bijna.

En als ik je niet beter had leren kennen, als ik alleen maar van een afstand had staan kijken, had ik het nooit geraden. Had ik het nooit verwacht. Want je keek zo lief. Je keek verlegen. Maar met de tijd en onze vriendschap is ook jouw vasthoudendheid gegroeid. Onnatuurlijk snel en overmatig hoopvol. Maar liefde groeit niet aan bomen. Het bloeit in je hart. Zonder water te vragen, zonder licht te benutten. Automatisch. Ja, dat weet ik. Ik wou alleen dat jij het wist.

zaterdag 3 oktober 2009

Over the River
Slowly she goes
Under the sunlight
Shyly she shows
The book in her heart
Where the stories don’t end
The pages of white
Asking her to pretend

All through the valley
Smiling she strolls
Along hills and mountains
Dreaming she knows
The book in her blood
Where the rush still resides
The pages of white
Asking her to provide

Amidst shaking barley
Happily she stands
Between waving treetops
Fondly she plans
The book in her mind
Where the hunger exists
The pages of white
Asking her to garnish

Inside her garden
Wondering she stares
Nearby the ruins
Hoping she bares
The book in her soul
Where all colours resound
The pages of white
Asking her to astound

Over the River
Slowly she goes
Under the sunlight
Waiting to show…
I wish I could play the piano
I wish I could play your heart
I wish I could play like a maestro
Or like Valentine’s assistant
I long to be loved in the lime light
I long to be loved by you
I long to become inspiration
Or the will to follow through

But I am never on time
And the stage isn’t mine
The curtains are drawn
And the feeling’s so wrong
I am never on cue
Makes me feel like a fool
The costumes don’t fit
No encore, this is it

I am never prepared
So the audience stares
The music’s too slow
And the steps I don’t know
I am never refined
And the lights nearly blind
The make-up’s no match
So I’ll just grab a taxi
Let’s go

I wish I could play the piano
I wish I could play your heart
I wish I could play like a maestro
Or like Valentine’s assistant
I long to receive inspiration
I long to receive that kiss
I long to become your temptation
I long to be granted that
...wish