zondag 25 oktober 2009

De Rommel Spreekt

‘t Groeit waar ‘t niet groeien mag en steekt zijn lelijke kop op wanneer er geen tijd is om ‘t weg te plukken. Weerbarstig en onberekenbaar fluit ’t met de wind mee en gebruikt haar vleugels om de luie wortels die ’t reeds heeft losgelaten op de aarde, elders te verspreiden.

Vol honger dwaalt ’t rond totdat ’t een nieuw slachtoffer heeft gevonden om zich aan te vergrijpen. Bovendien staat ’t niemand toe zijn dorst te lessen, ’t staat alleen in de weg als de zaligheid eenmaal uit de hemel komt druipen. Elke regendruppel en elke zonnestraal wacht ’t met akelige anticipatie af, voorgenietend van de vervulling die komen zal.

‘t Zou zich tenminste aan kunnen kondigen of zich van een vluchtige spijtgetuigenis kunnen ontdoen, maar ’t doet het niet. Nooit. ’t Wil niet lief zijn en doet zich dan ook niet mooier voor dan ‘t is. Rozen mogen doornen hebben, ’t is een en al prikkeldraad, met volle opzet en zonder poëzie.

En lacht men ’t toe, lacht ’t hen uit. Want zij die hun ogen openslaan en niet terugdeinzen als ze ’t aanschouwen, zijn onder de illusie van schoonheid. Nee, schoon kan de manier waarop de vele helse vertakkingen in de modder woelen niet genoemd worden, noch de wijze waarmee ’t de naïeve vlinders en de bijen lokt met valse beloftes van zoetigheid.

Geen opmerkingen: