vrijdag 11 december 2009

12


Van alle maanden het meest verwend;
Het zonnetje in huis
dat zonder warmte
rent
Onze wensen drijft haar populariteit
en duwt de sneeuw
In de vergetelheid
Opdat wij elk jaar opnieuw leren
hoe wij meer kunnen begeren
kan een enkel lijstje nooit voldoen
dus zetten wij niet slechts boom,
maar schoen
Waarmee, uit de duisternis herrezen,
wij De heiligen ooit prezen
Vieren wij nu met gekleurd papier;
Het mens is waarachtig een simpel dier!

vrijdag 27 november 2009

In een Vlaag van Schoonheid


Ideeën laten zich niet inplannen, zei de planner in een tussenuur en raakte, met sigaret tussen zijn tanden, schoorvoetend overstuur.

Sturen doe je zonder staken zodat het doel zich niet verliest, verwacht de man die slechts uit wanhoop de zekere verliezer kiest.

Kiezelstenen achterlatend, stroomden zij het duister in, hun angst voorzichtig afgebakend; de oorsprong van een nieuw begin.

Beginnen wij met enkel dromen, vinden wij een groot terrein waar wij met zeeën van veroveraars de onverschrokken kleinsten zijn.
Ruime Invulling


Zelfs de stilte kan omringen
De kleinigheid der grootste dingen
En weerkaatst haar raar geluk
Ze lacht de helse morgens stuk

woensdag 25 november 2009

Weltrusten



En nee, ik heb niet goed geslapen vannacht. Dat had je me niet hoeven vragen, want dat wist je zo ook wel.

Goh, wat kun je toch onnozel zijn in je fictieve onschuld.

En vraag me niet of ik nog van je gedroomd heb want dan zal ik slechts van nachtmerries spreken.

Gelukkig zeg jij niets en hoef ik me niet tot jouw niveau te verlagen. Ik zwijg, al spreken mijn ogen boekdelen, allerminst subtiel.

Jij rolt met je ogen en vat alles weer te lichtjes op. Onterecht.

Wat heb ik toch een hekel aan jouw slaafse sloomheid. Om alles uit te moeten leggen, en dan nog honderd keer, vergt meer energie en aandacht die ik aan jou wens te besteden.

En toch bespaar ik jou de waarheid, vooralsnog. De hardheid ervan tenminste. Maakt mij dit nobel of juist tot een maniak?

Ik geef toe dat er genoeg gekheid leeft in mijn ogen - zodra ze met jouw aanwezigheid worden geconfronteerd.

Maar vannacht zal ik beter slapen; met mijn telefoon uit en de deur op slot. En zonder de nachtmuts van verdwaald medelijden.

maandag 23 november 2009

Open Einde


Het waren net bloemen in bakjes, de balkons. Zwevend op ooghoogte, gemaakt uit strenge stenen, verontschuldigend rood. Met monnikengeduld opgestapeld zoals eigenlijk het gehele gebouw. Er zou geen haartje tussen passen want ademruimte was er niet. Er zou ook geen haartje tussen willen want er leefde niks. In de stenen bakjes of in de kamers die daarachter lagen.

Gescheiden waren ze slechts door de gladde, doorzichtige platen. De ramen. Die de lucht weerkaatsten op de zorgvuldig behangen muren, zoals zonlicht op het water. Ze waren elk onnatuurlijk eenzijdig; een levend schilderij dat er slechts was om bekeken te worden. Ze verschaften zonder schaamte een uitnodiging aan alle hongerige ogen die zich met gefixeerde fascinatie aan de wereld vergaapten die buiten hun blikveld lag.

En als het glas glom in het heldere ochtendlicht, zou je zelf de vingervlekken wel zien. Het bewijs van een onvrijwillige maar onmiskenbare tweedeling; buiten en binnen, leven en wachten, rennen en stilstaan. Een geleidelijke beleving van de Dood… En al zouden ze het anders willen, de keuze was voor hen gemaakt. Zij waren niets meer dan gevangen van de Zee Van Tijd.

En de ramen? Ach, dat was hun laatste avondmaal. Waarvan de materie al even kil was als het lot dat hen wachtte. Ramen? Nee. Spiegels van eenzaamheid! Veelvoudig sloten zij hen op zonder ooit een lastig woord te horen. Van binnen of buiten. Want het is stil als je alleen bent. Ook al ben je niet daadwerkelijk alleen.

Overblijven zou lang zo erg niet zijn als de mensen bij je bleven. De mensen die je over hebt. Maar men heeft tegenwoordig niet eens genoeg tijd voor zichzelf, laat staan voor een ander. En waarom zouden zij zich met open ogen laten vangen in dat net van glas en steen. Rennen we niet allemaal zo lang we kunnen? Vast. Het stilstaan komt later wel. Al snel genoeg.

Maar toch… We denken zo veel over dingen na. Over dingen die we dicht bij ons hart dragen of dingen die juist ver van ons af staan. Van die alles overkoepelende dingen dus. En voor alles hebben we zo mooi een naam bedacht. Maar hoe noemen we de tijd waarin we vergeten worden? De tijd tussen het gezamenlijk lachen en het alleen wakker worden in een huis waar we niet echt wonen, maar zijn. Alleen maar zijn. Totdat we niet meer zijn. We weg zijn. Eindelijk. Verlost.

Maar is er dan wel een verschil of blijven we gewoon zweven op een wolk van nalatigheid? Bevrijd zijn we dan, weliswaar, van de vierkante blokkendoos die ons gevangen hield. Niet langer achter glas. Stil te staan. Te smachten…naar het leven dat ons niet kent. Gebonden zijn we eigenlijk alleen aan onszelf, toch? Niet aan ons lichaam, niet aan ons huis, niet aan dat alles wat tastbaar is. Dat is onzin. Dat doet er niet toe. Het is handig, dat wel, maar nodig? Nee.

Onze wil is dat wat ons drijft, dat wat ons elke dag weer laat opstaan. Meer bagage heb je niet nodig. Maar je moet wel durven om niet aan het raam gekluisterd te blijven. Om je ogen te openen naar dat wat voor je staat en er met beide handen naar te grijpen. Om door de vingervlekken heen te gaan, lachend. Moed laat zich immers gemakkelijk verzamelen als het een doel heeft. Al is de eerste stap niet gemakkelijk gezet.

Misschien is het een kwestie van verbeelding, misschien lijkt het voor hen niets meer dan een sprookje. Maar wie wil nou zweven als je nog kunt rennen? Wie wil nou kijken als je nog mee kunt doen? Daar buiten. Aan de andere kant van het glas. “Toe maar,” zou ik hen graag zeggen. “De wereld wacht op jou.”
3


De Dood die wacht op de nacht
Is machteloos
Het Leven dat slechts de dag verblijdt,
Is troosteloos
De Liefde zonder waar gezicht,
Is hopeloos
Rood


“Zal ik je helpen met opruimen?” hoorde ik een stem achter me vragen. Ik draaide me om, maar eigenlijk wist ik al wel wie er stond. De stralende blauwe ogen bewezen mijn gelijk, pretogen die ik overal zou herkennen. Een onbedoelde glimlach verscheen op mijn lippen. Eentje die ik snel probeerde te verstoppen, voordat hij het zag. Maar ik kon er niets aan doen, ik moest altijd lachen als ik hem zag. Ook als het eigenlijk niet mocht.

Thijs merkte niets van mijn onzekerheid en lachte vriendelijk terug. “Wat hebben we er weer een bende van gemaakt, hè?”
Ik knikte. “Ja, maar leuk was het wel.”
“Zeker. Maar het is altijd leuk hier. Bij jou.”
Mijn hart bonsde. “Ja…,” mompelde ik. “Dus je kwam toch niet alleen maar voor de hapjes?” Ik had het eigenlijk als grap bedoelt, maar er klonk een zekere ernst door in mijn woorden. Of zocht ik stiekem naar een bevestiging?
“Nee, joh. Voor de drankjes, dat weet je nu toch wel?” plaagde hij en ging op een verhoging bij de rand van het dakterras zitten. Ik ging automatisch naast hem zitten. Deed ik dat altijd?

“Over drankjes gesproken,” zei ik, terwijl ik een halflege fles champagne van het tafeltje naast ons griste, “deze moet ook nog leeg.”
“Ah, dan is het maar goed dat we nog niet aan de afwas zijn begonnen.” Hij overhandigde me een van de twee glazen die naast hem op de grond stonden. Toch wachtte ik even zodat ik eerst voor hem in kon schenken.
“Ik wist niet dat jij ook lippenstift droeg, zeg,” zei ik toen ik zijn glas onder ogen kreeg. Grijnzend liet ik de bubbels vloeien.
“Tuurlijk, vooral naar bijzondere gelegenheden! En je weet dat rood mij erg flatteert.”

Zulke gesprekken hadden we nou altijd omdat we precies hetzelfde gevoel voor humor hebben. Dat is voor mij een enorme opluchting. Bij hem hoef ik niet op mijn woorden te letten, tegen hem kan ik gewoon alles zeggen wat ik denk. Oké, bijna alles… Er zijn waarschijnlijk dingen die ik beter voor me kan houden. We zijn immers vrienden. Beste vrienden. En onze vriendschap is zeer belangrijk voor mij. Te belangrijk.

“Hmm, tuurlijk,” antwoorde ik hem, half in gedachten verzonken. “Dan moet je maar een keer eentje van mij lenen. Ik heb er genoeg.”
“Ja, dat is goed. Want jij hebt weer een heel heerlijk kleurtje op vandaag. Zeer fris, zeer rood, zeer verleidelijk.” Hij nam een flinke slok champagne en zette zijn glas tussen zijn voeten.

“Zoals altijd.” Mijn antwoord klonk speels, maar in werkelijkheid krijg ik altijd knikkende knieën als hij me complimentjes geeft. Des te meer omdat ik bij hem nooit precies weet wat hij nou echt meent of wat bij onze ingeburgerde comedy routine hoort. Ik haat dat, dat ik zo moest raden.

Intussen ging het licht in een gebouw tegenover ons uit. Ik realiseerde me nu pas hoe donker het was geworden. Misschien was het maar beter ook zo anders zou hij nog wel eens de verliefdheid in mijn gezicht kunnen lezen. Ik probeerde dit soort gedachtes uit mijn hoofd te schudden.

“Het verbaasd me toch hoeveel verstand jongens hebben van cosmeticaproducten.” Ik stootte hem zachtjes tegen zijn arm zoals ik wel vaker deed, amicaal met een beetje meer.
“Kijk wat dat betreft is het altijd handig om een vriendin te hebben,” reageerde hij, totaal onschuldig. “Want vrouwen weten van elkaar wel wat ze mooi vinden. Anders was het vast weer een CD geworden, sorry.”

Au! Het v-woord... Dat deed zelfs na honderd keer nog pijn, en elke keer met vernieuwende kracht. Sorry? Nou, inderdaad. Laat die CD maar zitten, als ik geweten had dat die stomme trut mijn cadeau had uitgezocht, had ik het niet zo vaak gebruikt. Dan had ik Thijs vriendelijk bedankt en het rode stukje onzin nog met verpakking en al gewoon uit het raam geflikkerd. Sorry!

Ik besloot me er niet teveel over op te winden. “Zeg, welke CD wil jij eigenlijk voor je verjaardag?” vroeg ik schijnheilig. Natuurlijk merkte hij niks, zoals altijd. Hij zat daar alleen maar mooi te zijn in het flauwe licht van de felgekleurde papieren lantaarns. In het flauwe licht van mijn vertrapte ziel.
Ik nam een laatste slok wijn. “Anders geef ik je wel gewoon een bon, hoor.”
Als Liefde Uit De Lucht Komt Vallen


Om een vallende ster te zien heb je geen dure verrekijker nodig, alleen een heldere hemel en een plek zonder de aanwezigheid van licht. Maar als het zover is, hou je ogen dan goed open. Het is slechts een kortstondig moment van schoonheid. Een kwestie van seconden eigenlijk die opmerkelijk veel aandacht vereist en je ongeduld meerdere malen op de proef zal stellen.

Maar voor zij die volhouden, zullen er zich uiteindelijk tientallen fonkelende kansen aandoen. Bedenk daarbij dat de felst stralende ster altijd het langst op zich laat wachten. Koester echter dit vooruitzicht in plaats je waardering uit eenzaamheid aan de monotone glinstering van de maan te schenken. Het uitstellen van de beloning vergroot immers de vreugde, nietwaar?

Ananda keek met grote nieuwsgierigheid de stille nachtlucht in. Vanachter haar slaapkamerraam had ze al tien minuten naar buiten zitten kijken, maar helaas had ze nog niets bijzonders kunnen ontdekken in de grote, zwarte massa die voor haar lag. Alles bleef donker op een paar bescheiden lichtpuntjes na die ze zo langzamerhand wel met haar ogen dicht wist aan te wijzen.
Omdat ze deze ervaring graag met iemand wilde delen, had ze haar vriend gevraagd bij haar te komen zitten. Deze had zich met veel pijn en moeite bij de voetbalwedstrijd op televisie weggesleept.
“Zeg, hoe lang moeten we hier nog zitten? We wachten al wel een half uur!” sprak Sven geïrriteerd. Hij zat onderuit gezakt naast haar op het bed en zuchtte diep toen het leek alsof hij geen antwoord kreeg.
“Nee, joh. Zo voelt het misschien, maar we zitten hier nog maar een poosje. Op het journaal zeiden ze dat er elk uur wel tien vallende sterren te zien zouden zijn. Dat wil ik echt niet missen.”
Ze zette haar handen wat meer naar achteren om hoger te kunnen kijken.
“Oh, wel tien per uur,” herhaalde Sven met spottende toon. “Dat is nog geen een per vijf minuten!”
Ze gunde hem geen weerwoord.
Hij sprong van bed en knipte het licht aan.
“Hey!” riep ze verontwaardigd. “Ik zei toch nog dat het licht uit moest blijven. Anders kun je ze niet goed zien!”
“Ja, ja, ik weet het! Maar eerst ga ik even iets lekkers halen anders is het niet om uit te houden,” mopperde hij en was al snel om de hoek van de deur verdwenen.
Ananda negeerde zijn kinderachtige gedrag en bleef met volle aandacht voor zich uit staren. Voor haar was de belofte van iets al genoeg. Al zag ze nu in dat het niets naast haar ook een verademing was.
Onderop


Met zijn kaplaarzen aan stond Antonie in het buitenverblijf van de nijlpaarden. Hij had het hek nog niet achter zich dicht gedaan of de donkere kraaloogjes glommen hem met veel interesse tegemoet. Er bestonden veel misverstanden over deze dikhuidige dieren. Mensen dachten vaak dat ze dom waren en lui, maar niets was minder waar. Ze waren uitstekende en ijverige zwemmers en wisten precies wanneer het voedertijd was, alsof iemand een kookwekkertje voor hen had klaargezet.

Met langzame, waggelende bewegingen kwamen ze zijn kant op. Hun kleine oortjes roerden uitgelaten heen en weer bij het geluid van het openen van de zak met wortels en knollen. Het was maar goed dat elke verzorger voor het vervoeren van het eten een kruiwagen tot zijn beschikking kreeg want de groep waarvoor hij nu de tafel dekte, at gezamenlijk zo’n zevenhonderd kilo voedsel per dag. Als hij dat telkens heen en weer had moeten slepen, was hij al lang arbeidsongeschikt geweest, grapte hij vaak tegen zijn vrouw.

Nadat hij de voederbakken had gevuld, wierp hij een haastige blik op zijn horloge.
“Als ik nu niet vertrek, kom ik zelf te laat voor het eten,” mompelde hij in zichzelf. “Dat zal Debbie niet leuk vinden.”
Door zijn stressvolle baan bij Dierenpark Emmen was te laat komen een gewoonte geworden. Je kon immers niet van te voren zeggen wanneer de tijgers ruzie zouden krijgen of de apen er een puinhoop van zouden maken. Zelfs de beheerste pinguïns hadden wel eens hun slechte dagen, zoals vanmiddag bij het verschonen van hun habitat was gebleken. Een van de kuikens had het wel grappig geleken om bij hem op de rug te springen. Antonie was hiervan zo geschrokken dat hij pardoes het water in was gegleden.

Gelukkig had hij meerdere reserve kledingstukken in zijn kluisje liggen en kon hij dus zonder na te druppelen naar huis vertrekken. Eten kunnen jullie toch als de beste. Daar hebben jullie mij niet voor nodig. Net toen hij zich om wilde draaien, voelde hij iets aan hem trekken. Een moment later realiseerde hij zich dat het de blauwe rugzak om zijn schouder was die de aandacht van een vrouwtjes nijlpaard had getrokken. Met mensachtige nieuwsgierigheid had ze aan de bungelende lap stof getrokken. Antonie snapte niet wat er aan de hand was, totdat hij zich herinnerde dat hij in alle haast een portie speelvoer in zijn rugzak had gestopt.

“Dus je wilt nog even spelen?” vroeg hij liefjes. Hij ritste zijn tas open en graaide er een flinke pluk gras uit. “Alsjeblieft, Sonja.” Hij dacht dat dit wel genoeg zou zijn om ze tevreden te houden, maar hij voelde een tweede, veel heftigere, ruk aan hem. Vanuit zijn ooghoek zag hij Seth, het enige overgebleven mannetjes nijlpaard staan. Het dier keek hem met argwaan aan alsof het wilde zeggen; ‘hey, krijg ik niks?” Een derde ruk volgde, waarop Antonie zich afvroeg of ze het op het speelgras hadden voorzien of op hem.

“Zeg, ik ben niet jullie speeltje,” riep Antonie verontwaardigd uit. “En ik heb hier geen tijd voor.” Maar zijn gezelschap leek dat niet belangrijk te vinden. Antonie had voor de rugzak volledig open te ritsen en de inhoud ervan op de bodem te gooien, maar hij kwam niet eens zover. Binnen enkele seconden lag het ding in twee stukken op de grond, het resultaat van het teamwork van Seth en Sonja.
“En bedankt,” stamelde Antonie geïrriteerd terwijl hij het speelgras opraapte en het naast de voederbak smeet. “Gelukkig was het geen dure anders had ik jullie de rekening gestuurd.”

En gelukkig zat er niks belangrijks in, dacht hij nog bij zichzelf. Toen voelde hij een vlaag van paniek. “De vakantiefoto’s!” Verdwaasd zochten zijn handen tussen wat overgebleven grassprietjes, maar het was nergens te bekennen. Shit! Als ik thuiskom zonder die foto’s kan ik op de bank slapen… Zijn hart sloeg over want hij wist dat dit niet zomaar vakantiefoto’s waren. Het waren bewijsstukken van de eerste vakantie die hij met zijn vrouw had gevierd zonder zich constant zorgen te moeten maken om de tweeling. Die hadden ze, na lang smeken, eindelijk een keer bij opa en oma achter kunnen laten.

Terwijl zijn ogen de omgeving scanden, hoorde hij de zoete woorden die zijn vrouw hem aan de ontbijttafel had toegefluisterd door zijn hoofd spoken. “Ik ben opnieuw verliefd op je geworden,” had ze gezegd. En hij had precies geweten wat ze bedoelde. Nog nooit was ze zo mooi geweest als die morgen, badend in het zachte ochtendlicht. Nog nooit had hij zich zo goed gevoeld als toen hij dat moment alleen met haar mocht delen. Die foto’s moeten hier ergens liggen!

Hij was bijna de voederbak ingedoken toen hij iets onder zijn voeten hoorde knarsen. Vlug deed hij een stap opzij en pakte hij het plastic mapje van de vloer. Tot zijn opluchting zaten vrijwel alle foto’s er nog in, op een stuk of vier na. Tussen de poten van de nijlpaarden door zag hij hoe, als een spoor van kruimels, de missende foto’s in het zand verspreid waren. Eentje na eentje raapte hij ze op, veegde hij ze af en stopte hij ze weer veilig in wel in het mapje dat hij tegen zijn borst gedrukt hield. Hij was al lang blij dat de dieren niet uit verveling aan zijn herinneringen waren gaan knabbelen.

Toen hij de overzichtsfoto erbij pakte, merkte hij echter dat er een foto was die miste. Een felle kreun ontsnapte uit zijn mond. En dat is juist de mooiste! Het teleurgestelde gezicht van zijn vrouw verscheen voor hem. “Ik kan ook niets aan jou overlaten…”.
Hij draaide om zijn as en liet zijn ogen nogmaals over de bodem gaan, half verwachtend om een van de nijlpaarden met gretige happen het plaatje te zien verorberen. Tot zijn ontzetting sloeg deze ongeluksdag nog niet in deze richting. In tegendeel, een van de zwangere nijlpaarden zat met wat leek op moederlijk medeleven naar de foto te staren. Antonie zuchtte, opgelucht en liep zo snel als zijn voeten hem dragen konden naar haar toe.

Wat er toen gebeurde had hij echter niet kunnen raden. In een vloeiende beweging draaide het dier zich om en liet het zich op de vrolijk lachende gezichten van het verliefde paar vallen. Met een kreet van verbazing nam Antonie de situatie waar. Het mooiste moment dat hij ooit gedeeld had met zijn vrouw lag nu begraven onder een glibberige, grijze vetmassa. Niet te vergeten, een glibberige, grijze vetmassa van maar liefst 20.00 kilo.

Met handen vol gras en wortels probeerde Antonie haar van haar plek te krijgen, maar het dier bleef rustig zitten, sloom voor zich uitkijkend en vergenoegend kauwend. Het was bijna alsof het de spot met hem dreef. Inderdaad, nijlpaarden zijn heus niet dom en lui. Ze weten precies wat ze moeten doen om hun zin te krijgen.
Hoogmoed


Het diepe geluid van een verre scheepshoorn galmde genadeloos door de loods. Als de klank slechts een seconde later hoorbaar was geweest, hadden de havenarbeiders zeker het verdachte geluid wel gemerkt. Die van de onmiskenbare ontsnapping van een kogel uit zijn kooi. Maar de pistolen werden gelijkmatig getrokken en geleegd, zonder twijfel of terughoudendheid en werd dus bedekt door een geluid van een veel grotere omvang.

Dit duel had trouwens geen getuigen. Helaas voor Daan den Koninge had dit duel ook geen winaars. Met verspilde moeite hield hij zijn hand tegen zijn borst gedrukt, de plek waar zijn witte shirt bloedrood gekleurd was. Hij voelde zijn hart hevig kloppen, alsof in protest, en wist zich maar amper staande te houden door zich vast te klampen aan een oude, ijzeren ketting die van het plafond naar beneden hing. Al stond hij stil, was hij totaal buiten adem. Ergens vlak boven hem hoorde hij vogels fladderen, maar toen hij zijn ogen omhoog richtte om te kijken, zag hij zijn omgeving samensmelten in een enkel beeld. Hij wist toen dat het niet lang meer zou duren voordat het over zou zijn. Voordat hij voorgoed verslagen zou zijn.

Nooit had hij gedacht dat het zo zou eindigen. Nooit had hij gedroomd dat zijn glorie zou vergaan. Dat het zou vergaan met hetzelfde gemak als dat hij het verworven had. Maar vandaag zou geen schat hem nog redden kunnen, al was hij zelfs op dit bittere moment omringd door goud. De buit waarnaar hij, samen met zijn vrienden die nu ijskoud in het felle zonlicht lagen, maandenlang smachtend had uitgekeken, leek hem uit te lachen. Keihard.

Ironisch gezien was het zijn vertrouwen in vriendschap, niet zijn hebzucht, dat hem naar de drempel van De Dood had geleidt. Misschien dat deze daarom nog niet zeker scheen van zijn lot. Hij hoorde zijn eigen geweten razen. Verdiende hij een tweede kans? Ja. Zou hij zich voortaan beter gedragen? Nee. Daan was niet gemaakt voor regels. Daan was gemaakt voor macht en misdaad. Het zat in zijn bloed. Het bloed dat hij inmiddels op zijn lippen kon proeven.

Eigenlijk had hij het kunnen verwachten. Een crimineel creëert immers zoveel lawaai in zijn leven dat het hem zal blijven achtervolgen tot het hem uiteindelijk inhaalt. In een moment van zwakte of ziekelijke zelfverzekerdheid. Zijn moment was net gekomen en was aan hem voorbij gerend zonder dat hij het zich ooit had gerealiseerd. Maar De Dood was geduldig en haastte zich niet.

Hij wachtte af tot zijn benen het niet meer zouden uithouden, tot zijn ogen dicht zouden vallen en hij langzaam zijn evenwicht zou verliezen. Maar voordat dit gebeurde, zou Daan zijn leven voelen, intenser en dichterbij dan dat hij het ooit gevoeld had. Nog even had hij de kans om afscheid te nemen. Om de gezichten te zien die hem dierbaar waren. Nog even en dan was hij weg. Dan zou hij alles achterlaten. Alles wat hij had opgebouwd, alles wat hij had verzameld, alles wat hij had vernield. Als een kapitein zou hij ondergaan met zijn schip. Trots en eenzaam.
Schuim

Voorzichtig borstelde ze de het donkerbruine haar van haar dochtertje. De pijpenkrullen vielen hierbij speels in het ronde gezichtje. Elke keer dat ze Renee vroeg stil te zitten, had ze opnieuw ontzag voor haar ongelofelijke uithoudingsvermogen. Waar voor andere kinderen rennen, huppelen, dansen en spelen energie kostte, kostte het Renee een wereld aan geduld om zich niet te bewegen. Vooral als ze minutenlang lief bij mama op schoot moest zitten.

“Straks gaan we in bad, hè, mama?” vroeg het kleintje.
Haar moeder knikte. “Ja, als ik klaar ben met je haartjes.” Dit duurde telkens langer dan ze had gedacht. De dikke lokken lieten zich met tegenzin temmen, waardoor ze alvorens natgemaakt te worden eerst eens grondig moesten worden geborsteld.

“Au!” riep het kleintje, geschrokken, en wendde haar hoofd de andere kant op.
“Sorry, lieverd. Ik zal wat voorzichtiger zijn. Blijf je nog eventjes zitten?” vroeg haar moeder en gaf haar een kus op haar kruin. Ze wist dat Renee wat gevoeliger was dan andere kinderen, niet alleen fysiek maar ook mentaal. Er hoefde maar weinig te gebeuren voordat haar dochtertje geëmotioneerd raakte.

Ongeduldig schopte het kleintje met haar voeten heen en weer. “Mag ik straks extra schuim?”
Haar moeder lachte. “Natuurlijk, lieverd. Maar niet zoveel als vorige keer want je weet vast nog wel wat er toen gebeurde.”
Het kleintje giechelde hevig. “Jaaaa!”
“De hele vloer bedekt met bubbels,” reageerde haar moeder speels en herinnerde zich nog perfect hoe Renee het flesje douche gel uit haar handen had gegrist en vrijwel volledig in bad had laten leeglopen.
“Ik ben gek op bubbels,” zei het kleintje onschuldig.
“Wie niet?” vroeg haar moeder. “maar een beetje minder mag ook wel.”

Ze wist echter dat er in de kleurrijke wereld van haar dochtertje geen maatstaven bestonden voor dingen. Er was alleen ‘ja’ en ‘nee’ , ‘wel’ en ‘niet’ of ‘lief’ en ‘stout’. Grijs moest zij nog ontdekken, al zou dat waarschijnlijk op latere leeftijd gebeuren dan bij andere kinderen. Omdat Renee niet gewoon maar anders was. Niet heel erg anders, maar een klein beetje anders, tenminste dat hadden de artsen gezegd. Niet dat zij dat erg vond en haar dochtertje evenmin.

Toch vroeg ze zich wel eens af of Renee er iets van merkte, of ze er ooit problemen mee had. We zullen er het beste van moeten maken, vertelde ze zichzelf.
Intussen gleed het kleintje van haar schoot en haastte zich naar de badkamer.
“Pak me dan als je kan,” riep ze jolig.
Haar moeder sprong op en snelde haar achterna, zoals altijd. “Je weet toch dat ik veel sneller ben,” loog ze.

donderdag 19 november 2009

Dichtbij


Een flauw gevoel vervult mij terwijl ik de bekende, lange gang in staar. Fel neon licht druipt van het plafond en valt op de hoofden van figuren in wit die plichtsgetrouw langs marcheren. Niets lijkt hen te deren, zelfs niet de Dood. In hun gezichten bespeur ik geen angst. Hun ogen staan strak en sfeerloos al ontsnapt er een vluchtige blik van sympathie als ze ons blikveld binnendwalen.

Ik vraag me af hoe lang we hier al zitten. Het lijken geen uren, maar dagen. De klok is het niet met mij eens en trekt me met schreeuwende kracht terug naar de werkelijkheid; het duurt te lang. Het leven sluimert. Genadeloos langzaam.

Zou het zo horen? Is dit eerlijk? Het knipperende lampje dat hoog boven mij zweeft het is enige gelijkgezinde protest dat aanwezig is. De rest is stil, zwijgt. Niet uit verveling of bezigheid, nee, het is alsof ze niet durven te spreken. Alsof een hoopvol woord van hen hem de adem zal benemen.

Om de beelden die mijn hart overstromen te verdringen, vestig ik mijn aandacht op de onregelmatige stroomwisseling op het plafond. Aan. Uit. Aan. Uit. Licht. Donker. Licht. Donker. Het speelse spel van de vonken in het glas heeft iets geruststellends, iets herkenbaars bijna. Het herinnert me aan de ongrijpbaarheid van het leven. Aan de onbereikbaarheid van logica.

Want sommige dingen gebeuren gewoon. Al zijn ze niet gewoon, zelfs ongewoon. En nog erger; onverwachts. Oneerlijkheid maakt verdriet helaas niet minder waar. En juist voor dat gevoel zijn wij niet immuun. Alles behalve zelfs; het lijkt een eigen leven te leiden zodra je het zuurstof gunt.

Het lot wil dat hersenen die overspoeld worden met emotie zich slechts op een deeltje hiervan tegelijk kunnen concentreren; het meest dominante. Als dat paniek is ben je d’r mooi klaar mee. Als het een nasmaak van wanhoop heeft, ben je nog verder van huis. Al weet ik al lang dat ik mijn huis ver achter me heb gelaten - in een onmogelijke haast die nog steeds als tandpastavlek aan me kleeft.

De reden van mijn vertrek kan ik niet verbloemen. Ook niet als ik met al mijn moed en laatste restjes aandacht de Libelle opensla en een slok neem van mijn cola light. Ik lees niks, ik proef niks. Het is alsof er niets meer is dan die kamer. Dat bed. Zijn lichaam in dat bed. Nog wel, tenminste. Nee, dat mag ik niet denken. Hou op.

Een rilling gaat door me heen als ik het koude flesje weer terugzet op tafel. Of zou het door hem komen? “Opa,” fluister ik in mezelf als ik zie hoe het lampje boven me abrupt zijn speelse flikkering staakt. De kleine schaduw die volgt, overvalt me moeiteloos. Toch huil ik niet. Ik ben alleen maar kwaad. De reparateur had eerder moeten komen, al bij het eerste verschil in voltage! Maar goed, een lampje minder maakt de anderen niet veel uit. Er is immers genoeg licht over.

zaterdag 14 november 2009

I would like to share the stars
If you could tell me where you are
Like heaven’s guide to you
The night will bring me to
A window I’ve seen in my dreams

I would like to share the moon
If you could step into my room
Like nightingale’s last song
To call upon the dawn
I beg our love will be redeemed

All shooting stars my cry
They are no match for me
My eyes have seen much pain
Stripped of all subtlety
All glancing souls might hope
They are not to secure
The place I’ve won myself
By hoping times before

vrijdag 30 oktober 2009

Ik heb je afgekort tot een letter. Eentje maar. En zelfs dat is al te veel. Liever zou ik willen dat je geen naam had. Dan zou ik je geen enkele gedachte hoeven gunnen en jouw irritante smoelwerk niet voor me hoeven zien.

Eigenlijk is het wel humor dat ik je uitspreek als ‘wee’. Het woord alleen is al een waarschuwing. Alsof ik het van te voren zo bedacht had. Of alsof je ouders voor je geboorte al op de hoogte waren van de vreselijke ellende die jouw aanwezigheid met zich mee zou slepen.
Maak niets groter dan het is. Ook niemand. Veel hangt af van jouw reactie op je omgeving.

Kies je woorden kieskeurig en met voorzichtigheid. In elke seconde past slechts een letter.

zondag 25 oktober 2009

De Rommel Spreekt

‘t Groeit waar ‘t niet groeien mag en steekt zijn lelijke kop op wanneer er geen tijd is om ‘t weg te plukken. Weerbarstig en onberekenbaar fluit ’t met de wind mee en gebruikt haar vleugels om de luie wortels die ’t reeds heeft losgelaten op de aarde, elders te verspreiden.

Vol honger dwaalt ’t rond totdat ’t een nieuw slachtoffer heeft gevonden om zich aan te vergrijpen. Bovendien staat ’t niemand toe zijn dorst te lessen, ’t staat alleen in de weg als de zaligheid eenmaal uit de hemel komt druipen. Elke regendruppel en elke zonnestraal wacht ’t met akelige anticipatie af, voorgenietend van de vervulling die komen zal.

‘t Zou zich tenminste aan kunnen kondigen of zich van een vluchtige spijtgetuigenis kunnen ontdoen, maar ’t doet het niet. Nooit. ’t Wil niet lief zijn en doet zich dan ook niet mooier voor dan ‘t is. Rozen mogen doornen hebben, ’t is een en al prikkeldraad, met volle opzet en zonder poëzie.

En lacht men ’t toe, lacht ’t hen uit. Want zij die hun ogen openslaan en niet terugdeinzen als ze ’t aanschouwen, zijn onder de illusie van schoonheid. Nee, schoon kan de manier waarop de vele helse vertakkingen in de modder woelen niet genoemd worden, noch de wijze waarmee ’t de naïeve vlinders en de bijen lokt met valse beloftes van zoetigheid.
Om een vallende ster te zien heb je geen dure verrekijker nodig, alleen een heldere hemel en een plek zonder de aanwezigheid van licht. Maar als het zover is, hou je ogen dan goed open. Het is slechts een kortstondig moment van schoonheid. Een kwestie van seconden eigenlijk die opmerkelijk veel aandacht vereist en je ongeduld meerdere malen op de proef zal stellen. Maar voor zij die wachten zullen er zich uiteindelijk tientallen fonkelende kansen aandoen. Dus misschien dat het wachten de beloning extra bijzonder maakt.

vrijdag 16 oktober 2009

Sssh.
Even niks meer. Geen angst, geen vragen en geen lawaai. Slechts de stilte die je omringd. Als een warme deken die zachtjes tegen je wang kriebelt. Er is geen reden voor paniek want mijn armen zijn open voor jou. Kom maar en sluit je ogen. Luister naar de lucht die jouw longen verlaat. Langzaam. Je zult je wel weer lichter voelen, wacht maar.

Wacht maar in mijn warmte. Deze lach is alleen voor jou bedoelt. Voel hem langs je stromen, jou vullen met een verzadigde vrijheid. Een gloeiende prikkeling die zich uit je ooghoeken bevrijd, sluipt al naar de oppervlakte. In volledige overgave. Het is zo mooi als je los kunt laten.

Huil maar. Dat mag bij mij. Met elke traan zul je de schuld vereffenen. Totdat de zoute laag is afgebrokkeld en alleen het puurste stukje van jezelf overblijft. In mijn armen, veilig. Weet dat ik het met grote zorgvuldigheid in mijn handen zal vouwen – en bewaren. Als een trofee.

Wees trots op wat wij maken. Want de waarheid glimt met verblindende schoonheid. Concentreer je daar op. Op het goede, het schone. Op dat wat uitmaakt. Vergeet de rest. Vergeet de vragen. Weg met het lawaai. Dat hoort hier niet en zal ons niet kunnen storen. Alleen de liefde laten wij toe.

En al klopt de wanhoop aan zullen wij haar wegsturen. Terug naar de oorsprong van licht. Laat haar maar ronddolen in het duister. Wij weten wel beter, verdienen wel beter. Dus maak je geen zorgen. Wees niet ongerust. We zijn samen en ons heeft ze nog nooit aangekund.

woensdag 14 oktober 2009

SCHIJN


Je leek zo lief, maar ik kan jou niet mogen. Iets in mij houdt me tegen, alsof ik het ergens beter weet. Ik kan mezelf niet dwingen jou te mogen. Net zo min jij mij dwingen kan om mijn excuses aan te bieden. Aan jou. Ik zei nog zo dat ik nooit zou liegen, maar jij vroeg toch. Naar de bekende weg. En ik gaf eerlijk antwoord, zoals ik had beloofd. Maar jij was niet tevreden, nee, jij was boos. Zomaar? Zo leek het wel. Uit het niets en voor niets. Zat om nog langer gevangen te zijn in mijn ogen, die jou immers toch niet zagen. Niet zoals jij het verlangt had. Niet zoals jij het verlangt.

Maar het was geen probleem, had je gezegd. Met kalme stem. En juist die kalmte had me gekalmeerd. Ik was gerustgesteld, als wist ik eigenlijk wel dat het niet lang zou duren voordat het water tot hoog aan mijn enkels zou staan. Voordat het zand mijn beweging zou omsluiten, me op zou sluiten. Net als jouw woedende woorden. Woorden van akelige onoplettendheid.

Jij had niet geluisterd, alleen maar gehoord. Daarom had je waarschijnlijk staan knikken, met knikkende knieën. Maar die zag ik niet, je hield ze goed verborgen. Nog steeds. Daarom begrijp ik jou niet. Hoe kan het mijn fout zijn als jij deed alsof? Ik heb me immers nooit anders voorgedaan. Heb me niet verkleed, verstopt, veranderd om jou beter te bevallen. Om indruk te maken en jou wakker te houden. Nachten lang. Nee, dat was jij. De drammerige dromer.

Vol verwachting klopt jouw hart. Hebben, hebben, hebben. Maar ik ben niet van jou. Ik ben van niemand, niet eens van mezelf. Toch mis je mij op de raarste momenten en benader je me zoals een tijger zijn prooi besluipt, vanuit de schaduwen. Vanuit een zelfzuchtig gevoel van vriendelijkheid. Verliefdheid zonder elegantie.

Jij bent lief zodat ik lief ben tegen jou. Maar jij zal me niet raken met jouw onhandige handen, kwajongens lach en je haar dat je onsierlijk in het gezicht valt. Het danst niet als je praat, wist je dat? Het is zo lui als jouw schouders, grof maar ontvankelijk voor zelfmedelijden. Zonde vind ik het hoe praktisch jij bent. Vooral wat jouw tactieken aangaat.

Heeft iemand jou ooit vertelt dat romantiek aan te leren is of opgewekt kan worden? Vast niet en ik weet wel waarom. Het is een gevoelskwestie, geen kwestie van willen en doen. Het gebeurt gewoon. Of niet. Zoals bij ons. Want het is niet logisch, maar wel een logische reactie op elkaar; chemie. En juist de onvoorspelbaarheid maakt het zo ondragelijk spannend. Als het wederzijds is tenminste. Op jou heeft het eerder een onpassend effect, onfatsoenlijk bijna.

En als ik je niet beter had leren kennen, als ik alleen maar van een afstand had staan kijken, had ik het nooit geraden. Had ik het nooit verwacht. Want je keek zo lief. Je keek verlegen. Maar met de tijd en onze vriendschap is ook jouw vasthoudendheid gegroeid. Onnatuurlijk snel en overmatig hoopvol. Maar liefde groeit niet aan bomen. Het bloeit in je hart. Zonder water te vragen, zonder licht te benutten. Automatisch. Ja, dat weet ik. Ik wou alleen dat jij het wist.

zaterdag 3 oktober 2009

Over the River
Slowly she goes
Under the sunlight
Shyly she shows
The book in her heart
Where the stories don’t end
The pages of white
Asking her to pretend

All through the valley
Smiling she strolls
Along hills and mountains
Dreaming she knows
The book in her blood
Where the rush still resides
The pages of white
Asking her to provide

Amidst shaking barley
Happily she stands
Between waving treetops
Fondly she plans
The book in her mind
Where the hunger exists
The pages of white
Asking her to garnish

Inside her garden
Wondering she stares
Nearby the ruins
Hoping she bares
The book in her soul
Where all colours resound
The pages of white
Asking her to astound

Over the River
Slowly she goes
Under the sunlight
Waiting to show…
I wish I could play the piano
I wish I could play your heart
I wish I could play like a maestro
Or like Valentine’s assistant
I long to be loved in the lime light
I long to be loved by you
I long to become inspiration
Or the will to follow through

But I am never on time
And the stage isn’t mine
The curtains are drawn
And the feeling’s so wrong
I am never on cue
Makes me feel like a fool
The costumes don’t fit
No encore, this is it

I am never prepared
So the audience stares
The music’s too slow
And the steps I don’t know
I am never refined
And the lights nearly blind
The make-up’s no match
So I’ll just grab a taxi
Let’s go

I wish I could play the piano
I wish I could play your heart
I wish I could play like a maestro
Or like Valentine’s assistant
I long to receive inspiration
I long to receive that kiss
I long to become your temptation
I long to be granted that
...wish

zondag 20 september 2009

- Mijn stoute schoenen trek ik aan zonder sokken



- Praatgrage papegaaien roepen maar wat

zondag 13 september 2009

The borders of seduction

Roses can create such a mess
A loud and simulated yes
But if you look deep inside where all the answers hide
Your heart won’t eagerly confess

Compliments can make you lose your way
Amidst the glowing things he’ll say
But if you keep your ears to yourself and somehow resist his spell
His eyes might lead the way

zaterdag 12 september 2009

Dear God, why must we live if we die?
Dear God, why must we fail if we try?
And love to lose...
To have to hold...
To let it break and fade away -
Into the cold

Dear God, why must we trust if we lie?
Dear God, why must we learn if we cry?
And build to burn...
To find to keep
To let it snap and sink away -
Into the deep

Dear God, tell me do you even know?
How come the seed of light has ceased to grow
Dear God, tell me do you even understand
How far we need to fall before we land?

Safe and sound back on the ground
Where you put us long ago...

Do we want what we can't have?

Why is it that, in the world of today, woman everywhere find it hard to find love just around the corner? Wouldn’t it be best if, during our daily walk to work or just as we got on the train, some handsome young man with unforgiving charm would look our way? His voice would be warm, his lips would be soft and his scent would be intoxicating. Of course he would know all the right things to say. And with eloquent skill he would produce a single piece of paper, stating his single phone number to his single house where he lived his single, little life…
But, no. The Goddess of dating doesn’t always seem to be so kind. She hides romantic notions and friendly smiles even in forbidden faces. But when you think about it; why is that? Is it the fact that after a maybe brutal past relationship or nasty break-up you want to indulge yourself in a sweetly flavoured fantasy? Do we just need something to focus on for as long as we remain alone, adrift in the sea of hope and doubt?
Could it even be that the thought this unavailable factor brought to our reality provided us with the perfect protection? Because as long as there is another woman in the game and he is holding her hand, at least we can’t get hurt. Those questions can resound in your head thousands of times because love sometimes just doesn’t seem fair or logical.
But there is a saying that goes; life is what we make it. And I suppose that fully includes our love-lives – miserable as they may be. So tell me; do we merely want to enjoy the hunt without the down-side of having to drag along our secured prey or do we really more than often fall for the completely wrong guy?
Let the bells ring
And the trees swing in the wind
You can hear me and that’s enough for now
Let the child speak
And the roof leak where it may
You are near me and that’s enough for now

You are the fire behind my eyes
And you do not seem to realize
You are the bridge over troubled seas
You are like no other man to me
- You’re so beautiful

So, let the rain fall
And the trains make hellish noise
I can feel you and that’s what it’s about
Let the moon cry
And the stars die all at once
I can reach you and that’s what it’s about

You are the water to ease my pain
You are the clouds that can offer shade
You are the morning when nightmares come
You own the arms in which I belong
- You are so beautiful

So let the bells ring…

dinsdag 1 september 2009

Just what purpose
Has a lie
When it looks you
In the eye?
What greater concept
Did I miss?
When you went in
For the kill, for the kiss

And oh, I’ve seen perfect illusions
And fire in the skies
I have felt your salvation brought on by truth’s demise
But who knew I was blinded
No, your heart wasn’t mine
I was but a pawn in the game of love
Once she’s back, hide away
No one’s seen her face today
There she walks, in a trance
Is it good, is it bad, is it?
Once she stops, please be fast
Her kind days aren’t made to last
There she goes, up the stairs
Is she high is she down, is she?

zaterdag 29 augustus 2009

No one knows a thing about you
And - you have never tried
To open up your heart to them
Without – opening up your eyes
You are not a one to dream
You are - always on the ground
Your feet firmly placed, with a straight face
As you - just ignore the clouds

But can it be
You have felt a change
Can it be
You’re no longer on the fast track now
Can it be
You began to see the way
Can it be
I must say I’m amazed

Cause you always fight, live or die
You get yourself in corners
And I’ve never seen something so completely
Out of order
Cause you rarely fail, rain or hail
To play the game of lovers
And at all cost… (ah-ah-ah)
All is lost
Again rain is falling
‘cause Autumn is calling
We’ll have to let go of the sun
But I’ll always remember
I’m one who can never
Forget things before they are gone

So, I keep a piece of you with me
Low in responsible reality
So, I memorize my memories
Fleeing to a world of shared ideals

donderdag 20 augustus 2009

And so they stare at the face of the sleeping
And gaze upon the mortal fate
And see only what is worth keeping
To be served, with last honours,
On a silver plate...
A silent man's utopia;
A place where no one speaks
Where voices, if ever so rarely heard,
present themselves in soulful whispers
that echo through the souless streets

woensdag 12 augustus 2009

Surely, as man is not to die alone, neither is a heart to die unloved.

zondag 2 augustus 2009

You are barely here
Have a mind overruled by fear
Count the walls as they seem to rise
As they speak you rationalize
You are hardly home
Have a heart that has been dethroned
Pass the time conditioned by hope
Make them see it’s not you that they broke

zaterdag 1 augustus 2009

Your departure
Like a stone on my heart
Weighing down the weightless
Numbing all but the worthless
In a way entirely cold
Entirely unknown
Or might it be too hard to speak of such defeat?

Blame them I could never
For hollow we drown so easily
In streams of rain, of tears and pain
We could not have fathomed before
For could life be so cruel?
And love such a merciless mistress?

maandag 27 juli 2009

Tardiness is never late
It seems your plans were born to wait
Inside a room where slowly reads,
The master of rare punctuality

vrijdag 17 juli 2009

I wake up before the rain
If I am programmed by the fire
The droplets of passion compelling me to free myself from countless
dreams
To gaze upon a world
asleep

vrijdag 10 juli 2009

Our beloved belongings
Clutter to someone else
Without us no trace of the memories
We carry with us every day
Through the noise we handle -
And that handles us
Every so slowly into a new noon
Where another clock will be ticking, pulsing, waiting...
In a room with a door, with a plaque with a name
Our name
Our room
Our space to store little gesture, subtle things
That mean something only to us
Like a secret language
Mistaken, too often, by its apparent randomness
Or lack of relevancy
However, random they are not
And irrelevant merely as much as we are

donderdag 9 juli 2009

Patience will teach you how to bear time
To not remain restless
To counter your fears

Not letting every second eat away at your heart
Its fragile frame colapsing under
A merciless layer of blackened dust, broken trust

Not allowing every memory to recoil in remorse and regret
Their paper-like state nearly giving in due to
An unforgiving pool of salt water drenching
The last smile that's left in your eyes

No!
If anything, you ought to know
It's a fact you need to smile for yourself
To be alive for yourself
To dream for yourself and fulfill those dreams
Without any adue or sealed affirmation
From another's lips...

zondag 28 juni 2009

What truth is there is favourites?
For a favourite's face is weak
Vanity can only feed lonely minds
Once pride has gone to sleep

With intervals of shimmering doubt
Riding the waves of song
Offering itself as a nursery rhyme
Amidst the promise to belong
Colours cascading down the walls
Of a place I call my home
Each one triggered by a memory
And my fondness for each stone
The vibrant pinks are rushing past
While yellows tug at my sleeve
They all obtain a special charm
That they hide not from me...

maandag 22 juni 2009

Raven's Sentence


A hovering shade
Owning roots in the madness
Of a shadow that fell before your time
A product of rhyme
Feeding hope through the sadness
Of a black that endures just to fade

vrijdag 19 juni 2009

A Rare Monologue

Leave me to remember
What you remember not
Or might not remember quite as well
Because if anything says; "'t is all the same"
It's the words you choose to tell

Leave me to abandon
What you abandon not
Or might not abandon as gracefully as I
Because if anything shows the face of Love
It's the consistent presence or lack thereof

Leave me to surrender
What you surrender not
Or might not surrender as willingly as I
Because if anything states a reluctant goodbye
It’s the moment our tears fail to die

Leave me to accomplish
What you accomplish not
Or might not accomplish quite as well
Because if anything bleeds; “not to be forgotten”
It’s the pulse that drives me to rebel

Leave me to bear witness
What you can witness not
Or might not witness as selflessly as I
Because if anything claims a genuine anchor
It’s the fragmented path of vanity’s odor


Leave it to me to remind you
When to walk away
And take my lead
As I enclose my feelings, unafraid
Leave it to me to reach you
On levels you did not go
And look up to me
To see the face you do not know…


You heard me
You heard me
Then; leave me
Please, leave me
Leave me to remember
And leave me to forget
And, by chance, it might be
That I shall not regret…
He stares along a busy street
And stumbles to get to his feet
Having run so fast, having fought so long
Even in weakness he is strong

donderdag 18 juni 2009

You’re the man who’s walking with the shadows
Just like it’s judgment day
And you weren’t at the trail
Cause you’ve got nothing left to say

Standing there, amidst the quiet chaos
Just like a falling sound
And you wouldn’t turn to face me
Although your feet left the ground

You’re the one who’s always in the distance
Just like a memory’s past
And you couldn’t ask assistance
That might knock you from your cast

Staring there, as if a silent witness
Just like a newborn cry
Hold your breath and that might help you
To reduce your will to try

woensdag 17 juni 2009

Sometimes I wish I had a bottle
It would be made of glass
Maybe that would make it special
Or maybe make it last
It would contain a heartfelt message
Once swept up by the sea
It would travel across the depths, I know
A gift to you from me


And over the rocking waves it’d go (…go…)
And over the endless blue
And past the darkest secrets (…secrets…)
Because a promise can come true

And over the rushing streams it’d slide (…slide…)
And over the purest green
And past the midnight revelations (…lations…)
My words will cause a scene


Sometimes I wish I had this bottle
To let it out so sea
Maybe that would make it easier
For you to notice me
It could remain a man-made castle
To shield our truth from time
And you would place it on the family mantle
And say it wasn’t mine


And over the rocking waves it’d go (…go…)
And over the endless blue
And past the darkest secrets (…secrets…)
Because a promise can come true

And over the rushing streams it’d slide (…slide…)
And over the purest green
And past the midnight revelations (…lations…)
My words will cause a scene


Yes, at times I wish I had this bottle
Like a casing for my heart
But to think it might affect you deeply
Would be the ending of a start
Although my words do long to tingle
The shapes that make you smile
I know you claimed it’d be much wiser
To stick to things worthwhile...
You're welcoming their loud applause
A thunderstorm of little paws
Yet unbeknownst of you it dies
Just like the fire in your eyes

You're keeping warm their hungry mind
A helping shadow for the blind
Yet unbeknownst of you they stray
Just like echoes of yesterday

woensdag 3 juni 2009

Enchanté


Sweet, sweet mystery
Let no one know your name!
Are you lost or afraid?
Oh, will you tell me?

Sweet, sweet tragedy
Let no one steal your fame!
Do you know who's to blame?
Oh, will you help me?

No, I am not like you....
I am not like them....
I am simply here
Watch me disappear

I am nothing more
Than all that I say
And our words relate
Watch me hesitate

Sweet, sweet melody
Let no one find your frame
Are you calm or estranged?
Oh, you compell me

Sweet, sweet remedy
Let no one claim your game
Are you asleep or awake?
Oh, you held me

No, I am not like you....
I am not like them....
I am simply here
Watch me disappear

I am nothing more
Than all that I say
And our words relate
Watch me hesitate
Watch me hesitate
Watch me hesitate
Watch me...

Before it's too late
Garden of the Forgotten


Like the sculptures in the dark
A niche inside a memory
Standing vacant and alone
In the dust of failing shelter

Like a library of dreams,
Where bookmarks lead to no man's land
Acting as a hidden storage
For the last of your brave remains
The Reaper


Yes, to harvest adoration
A common goal it is
Yet let the harvester be warned
If foul intentions are the reaper
The fruits shall never be as sweet

dinsdag 19 mei 2009

River Lilies

Like fire in the water
Suggested by the sun
Awakening the passions
That, in mind, have begun

Like flames 'cross the pavement
Designed by the wind
Her colours will touch you
Before you have sinned

donderdag 14 mei 2009

Feathers


Like a feather falls on you;
The cherry of the sea
The fates were spun so long ago
But none of them for me
A whisper, it remains inside
The hollow of the tree
Where barnacles are washed ashore
If just to pity me…
Still

The unexpected may seem crazed
An unforgiving act
However it is if you’re amazing
Yet do nothing but complain
And, in all extraordinary,
Extract but ordinary ways
To maintain what was once dull salvation
To keep you in your frame

zondag 26 april 2009

Open-minded, on all sides blinded, by the follies of your fame
Retreat, my heart, my mind beside me
And fall not for the beauty of a name
Broken glass of broken mirrors laid down on the floor
As broken hearts and broken voices come knocking on my door
Though I restrain them they contain an shadow of their own
And every time I close my eyes I know I’m not alone
For words unspoken echo now throughout the midnight air
The dust that fell from way up high now clouds the former fair
It holds the world in iron hands that won’t release a soul
But hits too hard to contemplate the fire in this cold
So, stolen glances linger not inside this wretched place
Where loyalty and fear claim the last colours of your face
And memories, condemned, reside in shells of weakest form
The penalty for hope is reason even roses mourn

maandag 20 april 2009

I do not pride myself with vain attempts
To place my name on others’ lips
Nor do I burden myself with smooth-edged phrases
To display the abundance of my skill
For fame, truly, knows no master
And therefore leaves all loyalty behind
She gives to receive, a system of consistent trial
To which’s whim I shall not be at disposal

donderdag 9 april 2009

The silence knows me best
Impatient as I am
Hours we have spent together
Just to part our ways again

But common grounds lead to common lies
And so the promise with the liar dies

zondag 15 maart 2009

Forever Blue


What one tear can do
Is stain
The faint
Memory of you

To close my eyes
And never
Let me
Look upon
Someone new

Because at the heart of pain
Lies hope
But if not beating for love
Left it is
Just hurt
Just broke

With burning skies
And no doubt or clue
Just locked doors
That guard
Forever blue…

zaterdag 14 maart 2009

Along the misty lane I walk
My feet deep in the grass
Where drops of rain have gathered now
To accompany my selfless tears,
Still waiting around the corner
Yet I shall much resist to dwell
For I am not a mourner

Not dressed in black
Not out of sight
Not lonely or
Turned to stone
On the edge of night
Without the mercy but my own

vrijdag 6 maart 2009

GREAT EXPECTATIONS
“LAND OF THE BRAVE”


All our lives we strive to become the person we intend to be. Not just the echo of a dream, but the embodiment of our ambition. The best we are capable of; the kindest, fairest, most honest and intelligent version of ourselves…

But that idea of a perfect being doesn’t come out of nowhere. Along the way we meet other valuable people that inspire and stimulate us to do our best. People with more experience and power. And more understanding of the world. Role models, if you will. The people you greatly respect, even idolize sometimes. The ones that make you think; I wouldn’t mind being them for a day. Because it looks like they’ve got it made. They have everything. Well, everything you want.

But let’s take a little look underneath the surface. Browsing past fame, success, romantic conquests, their accomplishments or bank accounts. And ask yourself one important question; are they happy? It might sound like a cliché, but indulge your curiosity. ARE they happy? Satisfied? Content? Is it enough now? Is it ever enough? Or more importantly; do they value what they have?

It seems that you spend such a long time of your life dreaming, it can be quite a shock to find yourself finally awake. Having reached a different level. All new, all blank. But then what? Must you accumulate more wealth, happiness and ambition so you will reach the next level and the next? Is that the general idea of life, the goal of our very existence? And if so, you should explore the thought whether you are willing to go through all that trouble just to start over again. Like a prey becoming the hunter, then becoming the prey once again. Restless…

I guess the only solution lies in the promise you make yourself to pursue true happiness. For only you know what that means. To you. So, rid yourself of the elaborate expectations of others and shift the focus on your own. What do you really want out of life? You, you, just you. It is your life after all, not theirs. And not those of your role models. Speaking of which, they probably killed their spirit with compromise to get where they are, depending on the nature of their dreams.

And although no one wishes to become a puppet, sometimes we let our strings be pulled. By hands unseen and faces unkind. To get ahead by pleasing those around you and therefore forgetting yourself. Cowering in a lonely corner, wondering how you got there and how you could get back.

Maybe that’s the reason for all the bitterness behind their eyes. They see you and think back on their earlier days with fond anticipation. A life still lived in light. With hope in their backpack and their heart on their sleeve. Being young and foolish, making mistakes – a lot of mistakes. Like the master of naïve progression. With nothing to lose but the fear to actually win. And head into a different life, where you might lose yourself, too.

Yes. That happens most of the time. The role models you look up to aren’t quite as perfect or as pleasant as you think they are. They fall in love with themselves. Slowly but surely. With their success, their money, their fame and popularity. And why wouldn’t they? If you were told a hundred times a day that you were the most beautiful, powerful, lovable on earth, then would you mind? Would you stop their words to disagree? Maybe you’d be uncomfortable at first or modestly unaware of the effect you have on others, but you’d probably give in in the end. Like they did. Most of the people you so greatly respect.

They start using their powers selfishly and abusing their status to bring others down. They push and pull as they see fit, to prove to the world they can. No ulterior motive, no noble sentiments, just pride and vanity that grow beyond all limits of time. To plague those they do not like or wish to see suffer. Because they can. Oh, yes, they can. Very well, indeed. Without flinching twice. Without remorse. Because they are great. Like everyone says. And the great can get away with anything…

So, to be special, my guess is you would have to prove your being different. To set yourself apart from all the rest. And what greater way than to realize your ambitions; to become great yet still maintain some sense of human decency. You might just be the first yet…

dinsdag 24 februari 2009

Underneath

Although memories not real
Confessions never shared
Keep my mind from falling
Too deep into thought
Where truth lies underneath
The words my heart is calling
I know I must make my move
To set the record straight
Move into the right direction
It’s so hard to live a lie
When slowly you can see
The flaws in that perfection
The Difference

Not denying, yet shaking the truth
Off of your shoulders
And into the night
Where countless rebels, slain,
Would dream
Of a different morning
Where better views could keep in storage
The promises of old
And, unchained, our spirits speak
Of worlds
Before the righteous told
That neither service be obeyed
Without the brave and bold

vrijdag 20 februari 2009

Silent Valentine

How do you know if a friend
Is more than a friend?
But, in fact, a silent Valentine
Whose eyes grow wild
At thoughts of you
But whose voice would not bear the risk
To shake the safety from your smile
And the warmth so abundantly clear
In skies of laughter, seas of joy
That melt the seasons into one
With the frailty of a falling star
A light that shines from furthest clouds
To descent before the eyes of dawn

maandag 16 februari 2009

A Rare Mourning


The snow, a blanket of cold
Beholding the sun as, slowly, she rises -
Shivers at her sight
And curses the clouds that, deliberately,
Seem to shorten the dream
As they, illuminated, flee
Exposing her to the light
Skies; have mercy!
Day; be kind!
And do not rid the landscape of a beauty
That is so rare to find
Wish you not to see innocence descent?
The whole world cloaked in white
Then spare this rude awakening
No, don't let Winter say goodnight...
Vanilla Sky

You stung my heart
At best out of spite
A wasp
Easily attracted to the light
You were a fancy
To your lies
A wingless soul
Claiming the skies
Without passion in your eyes
But sufficient will to wear
Your pale visage in harmony
With the damage you repair...

maandag 26 januari 2009

Our Remains

I’m looking out on our remains
In lonely dust
Inside four walls that, broken, lay
In severed rooms
Without the noise of past refrains

That witness, still within my heart
Kept in silence to itself
To see to all the glowing cuts
And tend to tears too proud to shed
When symmetry of ideal words
Proved but merciless instead

zaterdag 24 januari 2009

Beloved


Let the rain not keep you from dreaming
Let the clouds not keep you from love
I can’t describe the way I’m feeling
Because I know words will never be enough

So, all around me there’s but silence
My stubborn caution already chilled the air
And I’m hoping that you won’t test the water
Because my life would run aground without you there

So, hold me in your arms
When you close your eyes
And try to understand
Without asking why
That everyone must fall
When their name is called
I used to be so strong
But you made me weaker (than I was before)
The words you carry are your arsenal
Ready to be launched at your command
Intricate weapons of deceptive charm
You browse before you choose to harm

You arm yourself with harsh-forged wit
Once prepared in the coldest fire
A dominant force of ancient kind
You exhume long before you find

Yet if you’d ask anyone you know
They would but dare to smile
And turn their eyes away from you
In a scared attempt of their denial

maandag 19 januari 2009

Untouched


Whose face is it that turned to grey
At the sound of those beautiful words?
Whose eyes were it that wept at the thought
Of a collection of lonely nights?
And so many still ahead
Where the stars that shine may find comfort in the moon’s presence
Yet a heart glowing with passion lies in a silent room
Counting the minutes that slowly pass by
Without ever feeling
Without ever loving
A dusk, never-ending, that dreams of dawn
Bleeding all its colours into one

donderdag 1 januari 2009

HAPPILY NEW YEAR AFTER

It’s a new year. A new chance. An empty slate for all of us. Or so we choose to believe. The first day of the year comes, and we seem relieved. But why? Aren’t we just fooling ourselves? Aren’t we too old for fairy tales? And isn’t our tradition of a new year’s resolution just that? A happily ever after we promise ourselves in the future. A fable, for it hardly ever comes true. If we just do this or that it will be all within our grasp. Just quit smoking, stop cursing, start dieting and try to fall in love – and your problems will soon be over. They will solve themselves. Or at least that’s what it feels like.

Because men respond well to limits and boundaries. And best of all yet to a looming dead-line. Like just another day in the office. Only in this case the boss is invisible; our responsibility. And so some will deliver better work than others, depending on how much they can keep themselves in check. How badly they can print the resolutions inside of their brains, repeating the rules over and over again.

But did you mess up? Did you let yourself go? Don’t fuss, no panic necessary; a new year will come and then you may redeem yourself. Or reinvent yourself. Yes, a new year – a new me. And a new you. A fresh start and a clean conscience. Ah, a thought worthy of a toast! Raise or lower the bar how you see fit. Or keep it where it is if you need a little more room to breathe. You know you won’t let go entirely of the promises you kept to yourself. It gives us a sense of direction and purpose. As if we were, literally, moving along a road through our life. Discovering a new route every year. Reaching new destinations, leaving others far behind.

And maybe that’s the reason we tend to celebrate so uncontrollably. As if the fireworks could chase our demons and erase the mistakes from our past. With every bang a tear would disappear. With every glorious explosion of colour, a fear would be numbed. With every falling sparkle a regret would be forgotten. Surely, we would need more ammunition to do that.

But how do fairy tales end? With a smile and a dance. Music that fills up the sky and the sweet scent of hope. No cynicism in sight, even when glancing over at the sinners. It seems something as fragile and optimistic as a new chance and a new life is appealing to everyone. Because, when it comes down to it, who doesn’t want to believe? Although we might not get what we wanted – or planned… for a brief moment we sit there and dream, enjoying the magic of fireworks and the idea of our own newborn potential.