vrijdag 16 oktober 2009

Sssh.
Even niks meer. Geen angst, geen vragen en geen lawaai. Slechts de stilte die je omringd. Als een warme deken die zachtjes tegen je wang kriebelt. Er is geen reden voor paniek want mijn armen zijn open voor jou. Kom maar en sluit je ogen. Luister naar de lucht die jouw longen verlaat. Langzaam. Je zult je wel weer lichter voelen, wacht maar.

Wacht maar in mijn warmte. Deze lach is alleen voor jou bedoelt. Voel hem langs je stromen, jou vullen met een verzadigde vrijheid. Een gloeiende prikkeling die zich uit je ooghoeken bevrijd, sluipt al naar de oppervlakte. In volledige overgave. Het is zo mooi als je los kunt laten.

Huil maar. Dat mag bij mij. Met elke traan zul je de schuld vereffenen. Totdat de zoute laag is afgebrokkeld en alleen het puurste stukje van jezelf overblijft. In mijn armen, veilig. Weet dat ik het met grote zorgvuldigheid in mijn handen zal vouwen – en bewaren. Als een trofee.

Wees trots op wat wij maken. Want de waarheid glimt met verblindende schoonheid. Concentreer je daar op. Op het goede, het schone. Op dat wat uitmaakt. Vergeet de rest. Vergeet de vragen. Weg met het lawaai. Dat hoort hier niet en zal ons niet kunnen storen. Alleen de liefde laten wij toe.

En al klopt de wanhoop aan zullen wij haar wegsturen. Terug naar de oorsprong van licht. Laat haar maar ronddolen in het duister. Wij weten wel beter, verdienen wel beter. Dus maak je geen zorgen. Wees niet ongerust. We zijn samen en ons heeft ze nog nooit aangekund.

Geen opmerkingen: