SCHIJN
Je leek zo lief, maar ik kan jou niet mogen. Iets in mij houdt me tegen, alsof ik het ergens beter weet. Ik kan mezelf niet dwingen jou te mogen. Net zo min jij mij dwingen kan om mijn excuses aan te bieden. Aan jou. Ik zei nog zo dat ik nooit zou liegen, maar jij vroeg toch. Naar de bekende weg. En ik gaf eerlijk antwoord, zoals ik had beloofd. Maar jij was niet tevreden, nee, jij was boos. Zomaar? Zo leek het wel. Uit het niets en voor niets. Zat om nog langer gevangen te zijn in mijn ogen, die jou immers toch niet zagen. Niet zoals jij het verlangt had. Niet zoals jij het verlangt.
Maar het was geen probleem, had je gezegd. Met kalme stem. En juist die kalmte had me gekalmeerd. Ik was gerustgesteld, als wist ik eigenlijk wel dat het niet lang zou duren voordat het water tot hoog aan mijn enkels zou staan. Voordat het zand mijn beweging zou omsluiten, me op zou sluiten. Net als jouw woedende woorden. Woorden van akelige onoplettendheid.
Jij had niet geluisterd, alleen maar gehoord. Daarom had je waarschijnlijk staan knikken, met knikkende knieƫn. Maar die zag ik niet, je hield ze goed verborgen. Nog steeds. Daarom begrijp ik jou niet. Hoe kan het mijn fout zijn als jij deed alsof? Ik heb me immers nooit anders voorgedaan. Heb me niet verkleed, verstopt, veranderd om jou beter te bevallen. Om indruk te maken en jou wakker te houden. Nachten lang. Nee, dat was jij. De drammerige dromer.
Vol verwachting klopt jouw hart. Hebben, hebben, hebben. Maar ik ben niet van jou. Ik ben van niemand, niet eens van mezelf. Toch mis je mij op de raarste momenten en benader je me zoals een tijger zijn prooi besluipt, vanuit de schaduwen. Vanuit een zelfzuchtig gevoel van vriendelijkheid. Verliefdheid zonder elegantie.
Jij bent lief zodat ik lief ben tegen jou. Maar jij zal me niet raken met jouw onhandige handen, kwajongens lach en je haar dat je onsierlijk in het gezicht valt. Het danst niet als je praat, wist je dat? Het is zo lui als jouw schouders, grof maar ontvankelijk voor zelfmedelijden. Zonde vind ik het hoe praktisch jij bent. Vooral wat jouw tactieken aangaat.
Heeft iemand jou ooit vertelt dat romantiek aan te leren is of opgewekt kan worden? Vast niet en ik weet wel waarom. Het is een gevoelskwestie, geen kwestie van willen en doen. Het gebeurt gewoon. Of niet. Zoals bij ons. Want het is niet logisch, maar wel een logische reactie op elkaar; chemie. En juist de onvoorspelbaarheid maakt het zo ondragelijk spannend. Als het wederzijds is tenminste. Op jou heeft het eerder een onpassend effect, onfatsoenlijk bijna.
En als ik je niet beter had leren kennen, als ik alleen maar van een afstand had staan kijken, had ik het nooit geraden. Had ik het nooit verwacht. Want je keek zo lief. Je keek verlegen. Maar met de tijd en onze vriendschap is ook jouw vasthoudendheid gegroeid. Onnatuurlijk snel en overmatig hoopvol. Maar liefde groeit niet aan bomen. Het bloeit in je hart. Zonder water te vragen, zonder licht te benutten. Automatisch. Ja, dat weet ik. Ik wou alleen dat jij het wist.
woensdag 14 oktober 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)



Geen opmerkingen:
Een reactie posten