Onderop
Met zijn kaplaarzen aan stond Antonie in het buitenverblijf van de nijlpaarden. Hij had het hek nog niet achter zich dicht gedaan of de donkere kraaloogjes glommen hem met veel interesse tegemoet. Er bestonden veel misverstanden over deze dikhuidige dieren. Mensen dachten vaak dat ze dom waren en lui, maar niets was minder waar. Ze waren uitstekende en ijverige zwemmers en wisten precies wanneer het voedertijd was, alsof iemand een kookwekkertje voor hen had klaargezet.
Met langzame, waggelende bewegingen kwamen ze zijn kant op. Hun kleine oortjes roerden uitgelaten heen en weer bij het geluid van het openen van de zak met wortels en knollen. Het was maar goed dat elke verzorger voor het vervoeren van het eten een kruiwagen tot zijn beschikking kreeg want de groep waarvoor hij nu de tafel dekte, at gezamenlijk zo’n zevenhonderd kilo voedsel per dag. Als hij dat telkens heen en weer had moeten slepen, was hij al lang arbeidsongeschikt geweest, grapte hij vaak tegen zijn vrouw.
Nadat hij de voederbakken had gevuld, wierp hij een haastige blik op zijn horloge.
“Als ik nu niet vertrek, kom ik zelf te laat voor het eten,” mompelde hij in zichzelf. “Dat zal Debbie niet leuk vinden.”
Door zijn stressvolle baan bij Dierenpark Emmen was te laat komen een gewoonte geworden. Je kon immers niet van te voren zeggen wanneer de tijgers ruzie zouden krijgen of de apen er een puinhoop van zouden maken. Zelfs de beheerste pinguïns hadden wel eens hun slechte dagen, zoals vanmiddag bij het verschonen van hun habitat was gebleken. Een van de kuikens had het wel grappig geleken om bij hem op de rug te springen. Antonie was hiervan zo geschrokken dat hij pardoes het water in was gegleden.
Gelukkig had hij meerdere reserve kledingstukken in zijn kluisje liggen en kon hij dus zonder na te druppelen naar huis vertrekken. Eten kunnen jullie toch als de beste. Daar hebben jullie mij niet voor nodig. Net toen hij zich om wilde draaien, voelde hij iets aan hem trekken. Een moment later realiseerde hij zich dat het de blauwe rugzak om zijn schouder was die de aandacht van een vrouwtjes nijlpaard had getrokken. Met mensachtige nieuwsgierigheid had ze aan de bungelende lap stof getrokken. Antonie snapte niet wat er aan de hand was, totdat hij zich herinnerde dat hij in alle haast een portie speelvoer in zijn rugzak had gestopt.
“Dus je wilt nog even spelen?” vroeg hij liefjes. Hij ritste zijn tas open en graaide er een flinke pluk gras uit. “Alsjeblieft, Sonja.” Hij dacht dat dit wel genoeg zou zijn om ze tevreden te houden, maar hij voelde een tweede, veel heftigere, ruk aan hem. Vanuit zijn ooghoek zag hij Seth, het enige overgebleven mannetjes nijlpaard staan. Het dier keek hem met argwaan aan alsof het wilde zeggen; ‘hey, krijg ik niks?” Een derde ruk volgde, waarop Antonie zich afvroeg of ze het op het speelgras hadden voorzien of op hem.
“Zeg, ik ben niet jullie speeltje,” riep Antonie verontwaardigd uit. “En ik heb hier geen tijd voor.” Maar zijn gezelschap leek dat niet belangrijk te vinden. Antonie had voor de rugzak volledig open te ritsen en de inhoud ervan op de bodem te gooien, maar hij kwam niet eens zover. Binnen enkele seconden lag het ding in twee stukken op de grond, het resultaat van het teamwork van Seth en Sonja.
“En bedankt,” stamelde Antonie geïrriteerd terwijl hij het speelgras opraapte en het naast de voederbak smeet. “Gelukkig was het geen dure anders had ik jullie de rekening gestuurd.”
En gelukkig zat er niks belangrijks in, dacht hij nog bij zichzelf. Toen voelde hij een vlaag van paniek. “De vakantiefoto’s!” Verdwaasd zochten zijn handen tussen wat overgebleven grassprietjes, maar het was nergens te bekennen. Shit! Als ik thuiskom zonder die foto’s kan ik op de bank slapen… Zijn hart sloeg over want hij wist dat dit niet zomaar vakantiefoto’s waren. Het waren bewijsstukken van de eerste vakantie die hij met zijn vrouw had gevierd zonder zich constant zorgen te moeten maken om de tweeling. Die hadden ze, na lang smeken, eindelijk een keer bij opa en oma achter kunnen laten.
Terwijl zijn ogen de omgeving scanden, hoorde hij de zoete woorden die zijn vrouw hem aan de ontbijttafel had toegefluisterd door zijn hoofd spoken. “Ik ben opnieuw verliefd op je geworden,” had ze gezegd. En hij had precies geweten wat ze bedoelde. Nog nooit was ze zo mooi geweest als die morgen, badend in het zachte ochtendlicht. Nog nooit had hij zich zo goed gevoeld als toen hij dat moment alleen met haar mocht delen. Die foto’s moeten hier ergens liggen!
Hij was bijna de voederbak ingedoken toen hij iets onder zijn voeten hoorde knarsen. Vlug deed hij een stap opzij en pakte hij het plastic mapje van de vloer. Tot zijn opluchting zaten vrijwel alle foto’s er nog in, op een stuk of vier na. Tussen de poten van de nijlpaarden door zag hij hoe, als een spoor van kruimels, de missende foto’s in het zand verspreid waren. Eentje na eentje raapte hij ze op, veegde hij ze af en stopte hij ze weer veilig in wel in het mapje dat hij tegen zijn borst gedrukt hield. Hij was al lang blij dat de dieren niet uit verveling aan zijn herinneringen waren gaan knabbelen.
Toen hij de overzichtsfoto erbij pakte, merkte hij echter dat er een foto was die miste. Een felle kreun ontsnapte uit zijn mond. En dat is juist de mooiste! Het teleurgestelde gezicht van zijn vrouw verscheen voor hem. “Ik kan ook niets aan jou overlaten…”.
Hij draaide om zijn as en liet zijn ogen nogmaals over de bodem gaan, half verwachtend om een van de nijlpaarden met gretige happen het plaatje te zien verorberen. Tot zijn ontzetting sloeg deze ongeluksdag nog niet in deze richting. In tegendeel, een van de zwangere nijlpaarden zat met wat leek op moederlijk medeleven naar de foto te staren. Antonie zuchtte, opgelucht en liep zo snel als zijn voeten hem dragen konden naar haar toe.
Wat er toen gebeurde had hij echter niet kunnen raden. In een vloeiende beweging draaide het dier zich om en liet het zich op de vrolijk lachende gezichten van het verliefde paar vallen. Met een kreet van verbazing nam Antonie de situatie waar. Het mooiste moment dat hij ooit gedeeld had met zijn vrouw lag nu begraven onder een glibberige, grijze vetmassa. Niet te vergeten, een glibberige, grijze vetmassa van maar liefst 20.00 kilo.
Met handen vol gras en wortels probeerde Antonie haar van haar plek te krijgen, maar het dier bleef rustig zitten, sloom voor zich uitkijkend en vergenoegend kauwend. Het was bijna alsof het de spot met hem dreef. Inderdaad, nijlpaarden zijn heus niet dom en lui. Ze weten precies wat ze moeten doen om hun zin te krijgen.
maandag 23 november 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)



Geen opmerkingen:
Een reactie posten