woensdag 25 november 2009

Weltrusten



En nee, ik heb niet goed geslapen vannacht. Dat had je me niet hoeven vragen, want dat wist je zo ook wel.

Goh, wat kun je toch onnozel zijn in je fictieve onschuld.

En vraag me niet of ik nog van je gedroomd heb want dan zal ik slechts van nachtmerries spreken.

Gelukkig zeg jij niets en hoef ik me niet tot jouw niveau te verlagen. Ik zwijg, al spreken mijn ogen boekdelen, allerminst subtiel.

Jij rolt met je ogen en vat alles weer te lichtjes op. Onterecht.

Wat heb ik toch een hekel aan jouw slaafse sloomheid. Om alles uit te moeten leggen, en dan nog honderd keer, vergt meer energie en aandacht die ik aan jou wens te besteden.

En toch bespaar ik jou de waarheid, vooralsnog. De hardheid ervan tenminste. Maakt mij dit nobel of juist tot een maniak?

Ik geef toe dat er genoeg gekheid leeft in mijn ogen - zodra ze met jouw aanwezigheid worden geconfronteerd.

Maar vannacht zal ik beter slapen; met mijn telefoon uit en de deur op slot. En zonder de nachtmuts van verdwaald medelijden.

Geen opmerkingen: